Ga naar de homepage
BasissiteWelkom G. BulderUw profiel | Help | Log uit
BasissiteWelkom G. Bulder | Registreer | Help
datum: 27-02-2004 | sectie: boeken | pagina:  26
recensie  
Alles valt van de schappen
De ellende van een superkruidenier
Albert Heijn werd van nationale kruidenier een landelijk schandaal. De catastrofe kwam door ongeremde overnamedrift, arrogantie en fraude aan de top.
Precies een jaar geleden kwamen het populairste bedrijf van Nederland en zijn bewierookte bestuursvoorzitter ten val. Ahold en Cees van der Hoeven schreven ondernemingsgeschiedenis met de manier waarop deze gebeurtenis zich voltrok. Eerder gingen Nederlandse bedrijven bijna of geheel ten onder en sneefden toplieden. OGEM in de jaren zeventig, Rijn-Schelde-Verolme in de jaren tachtig, Fokker in de jaren negentig en Nina Brinks WorldOnline in het nieuwe millennium. Ahold bestaat nog, zij het aangeslagen. Maar Van der Hoeven is weg, en met hem vele oude maten met wie hij Ahold op een haar na opblies.
Zelden gingen het vertrek van managers en de bijna-ondergang van een groot concern gepaard met zoveel rumoer en zulke ernstige woorden: wanbestuur, falend toezicht, fraude en misleiding. Bij Ahold verbleekt veel, ook de recente turbulentie in de technologiesector. Ahold is Albert Heijn, en Albert Heijn is Nederland. Gaat het slecht met deze algemeen gerespecteerde superkruidenier, dan is er ook iets mis met Nederland.
Maandag 24 februari 2003, de dag dat Ahold zijn dramatische fraudenieuws bekendmaakte, markeert het einde van een tijdperk: de gouden jaren negentig van de vorige eeuw, een periode van hoogconjunctuur, van spectaculaire groei van het bedrijfsleven, van massaal beleggen in aandelen en van een tot dan toe ongekende jacht op geld en persoonlijke rijkdom. Een periode ook die doodliep in verblinding en verdwaasdheid. Euforie in hoogste staat kan in de zakenwereld slechts eindigen in een ramp. Maar dat besef was heel ver weggedrukt. Ahold bracht op spectaculaire wijze de ontnuchtering.
De journalist Jeroen Smit (ex-Financieele Dagblad, AD en FEM/De Week) beschrijft in zijn meeslepende en onthullende boek Het drama Ahold tot in detail wat er allemaal is misgegaan bij het concern. En wat er goed ging, uiteraard, want Ahold en Albert Heijn behoorden jarenlang tot de fine fleur van het Nederlandse bedrijfsleven en waren gevierd bij belegger en publiek. Geen populairder ondernemer dan Albert (`Ab') Heijn, de oud-topman die het concern samen met zijn broer Gerrit Jan opbouwde. (Die laatste werd in 1987 ontvoerd en gedood). Geen teleurgestelder mens dan de oude Ab toen vorig jaar bekend werd dat bij zijn levenswerk Ahold een miljard euro zoek was en Van der Hoeven was ontslagen. Heijn zei dat hij ,,verneukt' was en gaf met dat simpele woord het gevoel van velen weer.
Verketterd
Maar ook Ab Heijn heeft niet kunnen voorkomen dat Ahold zo dicht bij de afgrond kwam - ook niet in zijn rol als commissaris, de toezichthouder die geacht wordt in te grijpen in het bestuur van een onderneming zodra iets fout dreigt te gaan. Dat het uiteindelijk uit de hand liep is in essentie te wijten aan één man: Van der Hoeven. Dat is een des te treuriger constatering omdat hìj het was die van Ahold een wereldconcern maakte. Hoezeer hij nu ook wordt verketterd, in zijn tijd - kort geleden nog maar - was hij de meest gelauwerde manager van Nederland.
Het fascinerende van Smits boek is dat het goed laat zien dat Van der Hoeven grote verdiensten voor Ahold heeft gehad en dat hij tegelijkertijd met ijver en toewijding werkte aan een catastrofe. Achteraf zeggen we: die was onvermijdelijk. Maar destijds zag niemand fouten en liep iedereen weg met Keizer Cees, niet in de laatste plaats omdat hij behalve zichzelf, ook de beleggers en het Ahold-management aanzienlijk rijker maakte dan ze ooit waren. In ieder geval op papier.
Van der Hoevens grootste fout is niet eens zijn monomane zucht naar schaalvergroting geweest. Dat Ahold onder zijn leiding voor zeker 19 miljard dollar aan overnames spendeerde, paste in de tijd. Nee, zijn falen ligt besloten in zijn onvermogen om anderen in het bedrijf kritiek te laten uiten en oppositie te laten voeren. Van zijn medebestuurders tot de interne controleurs - bijna iedereen stond altijd voor hem te klappen. De `weeffout' (het woord is van Jeroen Smit) werd gemaakt bij Van der Hoevens aantreden als Ahold-baas. Hij ging twee functies bekleden: die van bestuursvoorzitter en hoogste financiële man. In het bestuur van een onderneming moeten die twee elkaars tegenpolen zijn: de eerste rent, de tweede remt. Van der Hoeven kon qua temperament eigenlijk alleen maar rennen, hoewel hij, zoon van een accountant, tevens een begenadigd cijferaar was. Toen pas jaren later een chief financial officer in het Ahold-bestuur werd opgenomen - de eveneens opgestapte Michiel Meurs - was de voorsprong van Van der Hoeven al zo groot dat Meurs weinig anders kon doen dan ja en amen zeggen. Hij had overigens zoals zovelen grote bewondering voor zijn chef.
Van der Hoeven maakte van Ahold een overnamemachine, aangedreven door financiële constructies, aandelenemissies en geleend geld. De geniale boekhouder was baas geworden van een kruideniersbedrijf dat de garantie vormde voor Aholds expansie. En zoals een Amerikaans gezegde luidt: als je een boekhouder vraagt om op je zaak te letten, krijg je problemen. Die kwamen in de vorm van overmoed en een vorm van achteloosheid die scherpslijpers misleiding noemen. Bij overnames was er steevast het vraagstuk hoe het (deels) overgenomen bedrijf ingeboekt moest worden: als een belang waarover Ahold de zeggenschap had of niet. Als Ahold de baas was, mocht het de omzet en de winst van de overgenomen partij bij de eigen cijfers boeken. Daar was het Van der Hoeven om te doen, maar om dat te bereiken moest soms wel worden gesjoemeld. Bij Argentijnse, Braziliaanse en Zweedse aankopen legde het bestuur voor de accountants vast dat het een controlerend belang had verworven, terwijl in heimelijke briefjes van de oude eigenaren - mede ondertekend door Ahold; de veelbesproken side letters - stond dat dit niet zo was.
Kritiek
Twijfels over zulke praktijken en over de ongebreidelde overnamelust waren er zeker. De interne accountantsdienst reclameerde meermaals; de externe accountants van Deloitte & Touche oefenden af en toe gefluisterde kritiek uit. Maar niemand verhief zijn stem of sprak een veto uit. Smit toont aan dat Ahold onder Van der Hoeven ook geen echte kritiek van buitenaf kreeg. Analisten, pers, bankiers en commissarissen lagen vrijwel allemaal in amechtige bewondering. Niemand had ook reden tot klagen; de meesten verdienden flink aan het bedrijf. En de pers genoot van Van der Hoevens flair.
De klap kwam toen na `11 september' de wereldeconomie een stap terug deed en de aandelenkoersen begonnen te dalen. De Ahold-machine haperde. Al die bedrijven in den vreemde konden steeds moeilijker worden aangestuurd. Van der Hoeven verloor zijn scherpte en uiteindelijk zijn greep: hij kon zijn eeuwige optimisme niet meer waarmaken. De accountants roken onraad toen bij buitenlandse belangen onregelmatigheden in de boekhouding werden geconstateerd. Het einde is bekend: bij Ahold bleek voor een miljard euro te zijn gefraudeerd. Beleggers raakten door de scherp dalende koers van het aandeel een vermogen kwijt. Het `hosanna' voor topman Van der Hoeven ging over in een huichelachtig `kruisigt hem'.
Jeroen Smit heeft, gelet op de korte tijd die hij kennelijk had, een boek geschreven dat inzicht verschaft in een belangwekkende ondernemingscasus. Hij schuwt de cijfers noch de persoonlijke details, die goedgedoseerd, smakelijk en soms schokkend zijn. Zijn stijl is helder, maar hij moet voor een volgende editie het veelvuldig gebruik van zowel het vraag- als het uitroepteken (?!) aan het einde van een zin schrappen. Feiten spreken voor zich en hebben geen verontwaardigingssignaal nodig. Hier en daar zijn in de haast spelfouten blijven staan. De vlakke epiloog voegt niets toe. In plaats daarvan kan een zakenindex komen, onmisbaar naast de wel opgenomen index op personen. Tot slot gaat Smit onvoldoende en niet accuraat genoeg in op de rol bij Ahold van de accountants van Deloitte & Touche. Misschien is dat te veel gevraagd. Het is een verhaal in een verhaal - en verdient om die reden een boek apart.
En hoe ging het nu verder met Cees van der Hoeven? Smit schrijft dat het old boys network zich niet meer om hem bekommert. Op openbare gelegenheden keren bekenden hem de rug toe. Op een feestje ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van SaraLee/Douwe Egberts staat Van der Hoeven de halve avond alleen. Slechts de ook aanwezige Bram Peper stapt op hem af en spreek zijn medeleven uit. ,,Ik weet hoe je je voelt'.
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.
Statistics
naar boven