 |
|
| Alles valt van de schappen |
|
| J. van der Vaart |
|
| De ellende van een superkruidenier |
|
| Albert
Heijn werd van nationale kruidenier een landelijk schandaal. De
catastrofe kwam door ongeremde overnamedrift, arrogantie en fraude aan
de top. |
|
| Precies een jaar geleden kwamen het populairste bedrijf van Nederland en zijn bewierookte bestuursvoorzitter ten val. Ahold
en Cees van der Hoeven schreven ondernemingsgeschiedenis met de manier
waarop deze gebeurtenis zich voltrok. Eerder gingen Nederlandse
bedrijven bijna of geheel ten onder en sneefden toplieden. OGEM in de
jaren zeventig, Rijn-Schelde-Verolme in de jaren tachtig, Fokker in de
jaren negentig en Nina Brinks WorldOnline in het nieuwe millennium. Ahold bestaat nog, zij het aangeslagen. Maar Van der Hoeven is weg, en met hem vele oude maten met wie hij Ahold op een haar na opblies. |
|
| Zelden
gingen het vertrek van managers en de bijna-ondergang van een groot
concern gepaard met zoveel rumoer en zulke ernstige woorden:
wanbestuur, falend toezicht, fraude en misleiding. Bij Ahold verbleekt veel, ook de recente turbulentie in de technologiesector. Ahold
is Albert Heijn, en Albert Heijn is Nederland. Gaat het slecht met deze
algemeen gerespecteerde superkruidenier, dan is er ook iets mis met
Nederland. |
|
| Maandag 24 februari 2003, de dag dat Ahold
zijn dramatische fraudenieuws bekendmaakte, markeert het einde van een
tijdperk: de gouden jaren negentig van de vorige eeuw, een periode van
hoogconjunctuur, van spectaculaire groei van het bedrijfsleven, van
massaal beleggen in aandelen en van een tot dan toe ongekende jacht op
geld en persoonlijke rijkdom. Een periode ook die doodliep in
verblinding en verdwaasdheid. Euforie in hoogste staat kan in de
zakenwereld slechts eindigen in een ramp. Maar dat besef was heel ver
weggedrukt. Ahold bracht op spectaculaire wijze de ontnuchtering. |
|
| De journalist Jeroen Smit (ex-Financieele Dagblad, AD en FEM/De Week) beschrijft in zijn meeslepende en onthullende boek Het drama Ahold tot in detail wat er allemaal is misgegaan bij het concern. En wat er goed ging, uiteraard, want Ahold
en Albert Heijn behoorden jarenlang tot de fine fleur van het
Nederlandse bedrijfsleven en waren gevierd bij belegger en publiek.
Geen populairder ondernemer dan Albert (`Ab') Heijn, de oud-topman die
het concern samen met zijn broer Gerrit Jan opbouwde. (Die laatste werd
in 1987 ontvoerd en gedood). Geen teleurgestelder mens dan de oude Ab
toen vorig jaar bekend werd dat bij zijn levenswerk Ahold
een miljard euro zoek was en Van der Hoeven was ontslagen. Heijn zei
dat hij ,,verneukt' was en gaf met dat simpele woord het gevoel van
velen weer. |
|
| Verketterd |
|
| Maar ook Ab Heijn heeft niet kunnen voorkomen dat Ahold
zo dicht bij de afgrond kwam - ook niet in zijn rol als commissaris, de
toezichthouder die geacht wordt in te grijpen in het bestuur van een
onderneming zodra iets fout dreigt te gaan. Dat het uiteindelijk uit de
hand liep is in essentie te wijten aan één man: Van der Hoeven. Dat is
een des te treuriger constatering omdat hìj het was die van Ahold
een wereldconcern maakte. Hoezeer hij nu ook wordt verketterd, in zijn
tijd - kort geleden nog maar - was hij de meest gelauwerde manager van
Nederland. |
|
| Het fascinerende van Smits boek is dat het goed laat zien dat Van der Hoeven grote verdiensten voor Ahold
heeft gehad en dat hij tegelijkertijd met ijver en toewijding werkte
aan een catastrofe. Achteraf zeggen we: die was onvermijdelijk. Maar
destijds zag niemand fouten en liep iedereen weg met Keizer Cees, niet
in de laatste plaats omdat hij behalve zichzelf, ook de beleggers en
het Ahold-management aanzienlijk rijker maakte dan ze ooit waren. In ieder geval op papier. |
|
| Van der Hoevens grootste fout is niet eens zijn monomane zucht naar schaalvergroting geweest. Dat Ahold
onder zijn leiding voor zeker 19 miljard dollar aan overnames
spendeerde, paste in de tijd. Nee, zijn falen ligt besloten in zijn
onvermogen om anderen in het bedrijf kritiek te laten uiten en
oppositie te laten voeren. Van zijn medebestuurders tot de interne
controleurs - bijna iedereen stond altijd voor hem te klappen. De
`weeffout' (het woord is van Jeroen Smit) werd gemaakt bij Van der Hoevens aantreden als Ahold-baas.
Hij ging twee functies bekleden: die van bestuursvoorzitter en hoogste
financiële man. In het bestuur van een onderneming moeten die twee
elkaars tegenpolen zijn: de eerste rent, de tweede remt. Van der Hoeven
kon qua temperament eigenlijk alleen maar rennen, hoewel hij, zoon van
een accountant, tevens een begenadigd cijferaar was. Toen pas jaren
later een chief financial officer in het Ahold-bestuur
werd opgenomen - de eveneens opgestapte Michiel Meurs - was de
voorsprong van Van der Hoeven al zo groot dat Meurs weinig anders kon
doen dan ja en amen zeggen. Hij had overigens zoals zovelen grote
bewondering voor zijn chef. |
|
| Van der Hoeven maakte van Ahold
een overnamemachine, aangedreven door financiële constructies,
aandelenemissies en geleend geld. De geniale boekhouder was baas
geworden van een kruideniersbedrijf dat de garantie vormde voor Aholds
expansie. En zoals een Amerikaans gezegde luidt: als je een boekhouder
vraagt om op je zaak te letten, krijg je problemen. Die kwamen in de
vorm van overmoed en een vorm van achteloosheid die scherpslijpers
misleiding noemen. Bij overnames was er steevast het vraagstuk hoe het
(deels) overgenomen bedrijf ingeboekt moest worden: als een belang
waarover Ahold de zeggenschap had of niet. Als Ahold
de baas was, mocht het de omzet en de winst van de overgenomen partij
bij de eigen cijfers boeken. Daar was het Van der Hoeven om te doen,
maar om dat te bereiken moest soms wel worden gesjoemeld. Bij
Argentijnse, Braziliaanse en Zweedse aankopen legde het bestuur voor de
accountants vast dat het een controlerend belang had verworven, terwijl
in heimelijke briefjes van de oude eigenaren - mede ondertekend door Ahold; de veelbesproken side letters - stond dat dit niet zo was. |
|
| Kritiek |
|
| Twijfels
over zulke praktijken en over de ongebreidelde overnamelust waren er
zeker. De interne accountantsdienst reclameerde meermaals; de externe
accountants van Deloitte & Touche oefenden af en toe gefluisterde
kritiek uit. Maar niemand verhief zijn stem of sprak een veto uit. Smit toont aan dat Ahold
onder Van der Hoeven ook geen echte kritiek van buitenaf kreeg.
Analisten, pers, bankiers en commissarissen lagen vrijwel allemaal in
amechtige bewondering. Niemand had ook reden tot klagen; de meesten
verdienden flink aan het bedrijf. En de pers genoot van Van der Hoevens
flair. |
|
| De klap kwam toen na `11 september' de wereldeconomie een stap terug deed en de aandelenkoersen begonnen te dalen. De Ahold-machine
haperde. Al die bedrijven in den vreemde konden steeds moeilijker
worden aangestuurd. Van der Hoeven verloor zijn scherpte en
uiteindelijk zijn greep: hij kon zijn eeuwige optimisme niet meer
waarmaken. De accountants roken onraad toen bij buitenlandse belangen
onregelmatigheden in de boekhouding werden geconstateerd. Het einde is
bekend: bij Ahold bleek voor een miljard euro
te zijn gefraudeerd. Beleggers raakten door de scherp dalende koers van
het aandeel een vermogen kwijt. Het `hosanna' voor topman Van der
Hoeven ging over in een huichelachtig `kruisigt hem'. |
|
| Jeroen Smit
heeft, gelet op de korte tijd die hij kennelijk had, een boek
geschreven dat inzicht verschaft in een belangwekkende
ondernemingscasus. Hij schuwt de cijfers noch de persoonlijke details,
die goedgedoseerd, smakelijk en soms schokkend zijn. Zijn stijl is
helder, maar hij moet voor een volgende editie het veelvuldig gebruik
van zowel het vraag- als het uitroepteken (?!) aan het einde van een
zin schrappen. Feiten spreken voor zich en hebben geen
verontwaardigingssignaal nodig. Hier en daar zijn in de haast
spelfouten blijven staan. De vlakke epiloog voegt niets toe. In plaats
daarvan kan een zakenindex komen, onmisbaar naast de wel opgenomen
index op personen. Tot slot gaat Smit onvoldoende en niet accuraat genoeg in op de rol bij Ahold
van de accountants van Deloitte & Touche. Misschien is dat te veel
gevraagd. Het is een verhaal in een verhaal - en verdient om die reden
een boek apart. |
|
| En hoe ging het nu verder met Cees van der Hoeven? Smit
schrijft dat het old boys network zich niet meer om hem bekommert. Op
openbare gelegenheden keren bekenden hem de rug toe. Op een feestje ter
gelegenheid van het 250-jarig bestaan van SaraLee/Douwe Egberts staat
Van der Hoeven de halve avond alleen. Slechts de ook aanwezige Bram
Peper stapt op hem af en spreek zijn medeleven uit. ,,Ik weet hoe je je
voelt'. |
|
|
|
|
| Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur. |
|
|
|
 |